EU taxonomie (deel 1) - een introductie

09 februari 2022 duurzaamheid

Europa besliste begin februari om een aanvullende gelegeerde verordening op de EU Taxonomie principieel goed te keuren. Kernenergie en gascentrales zouden - onder bepaalde voorwaarden - als duurzaam beschouwd kunnen worden (meer info hier). Maar wat is de EU Taxonomie, wat is haar belang voor bedrijven, en welke linken zijn er met andere EU regelgeving rond duurzaamheid en duurzame financiering? Met andere woorden: wat is het bredere plaatje?

Wat is de EU Taxonomie en waarom is ze in het leven geroepen?

De EU Taxonomie is een gemeenschappelijk classificatiesysteem voor duurzame economische activiteiten, en is bedoeld om onderscheid te maken tussen investeringen die wel of niet bijdragen aan verduurzaming van de (Europese) economie. Het is voor alle duidelijk geen dwingend kader dat verplichtingen oplegt. Het is geen verplichte lijst van investeerbare activiteiten, noch een verplichte eis voor overheidsinvesteringen, milieuprestaties van bedrijven of voor financiële producten.

In de praktijk zullen de regels:

  • In toenemende mate voor duidelijkheid zorgen voor bedrijven die verplicht duurzaamheidsinformatie moeten verschaffen via duurzaamheidsrapportage (Non-Financial Reporting Directive, NFRD).

  • Samen met de regelgeving rond informatieverschaffing in de financiële sector (Sustainable Finance Disclosure Regulation, SFDR) gelijke concurrentie en rechtszekerheid garanderen voor alle bedrijven die binnen de EU actief zijn.

Bedrijven zullen omwille van bovenstaande redenen vrijwillig gebruik maken van de taxonomieregels en bijgevolg indirect aansturen op een alignering van de activiteiten en investeringen.

Zowel de EU Taxonomie als de SFDR volgen de doelstelling van de Green Deal en hebben de volgende hoofddoelen:

  • Heroriëntatie van kapitaalstromen met focus op duurzame investeringen

  • Duurzaamheid vaststellen als onderdeel van risicomanagement

  • Bevordering/aanmoediging van langetermijninvesteringen en economische activiteit

De EU taxonomie is dus deels ook bedoeld als instrument voor harmonisering tussen bedrijven die onder de NFRD en/of onder de SFDR.

Vandaag al moeten grote en beursgenoteerde bedrijven duurzaamheidsinformatie rapporteren onder de NFRD, die gebruikt wordt door financiële instellingen en andere marktparticipanten die de SFDR regels moeten volgen.

Het probleem was (en is) dat een eenduidige benchmark en transparantie vaak ontbreekt, en informatie tussen bedrijven onderling moeilijk te vergelijken is.

Onder andere omwille van deze nood aan harmonisering werd in april 2021 een nieuw voorstel gepubliceerd rond duurzaamheidsrapportage – de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) – die op termijn de NFRD zal vervangen, en beter gealigneerd is met de overige Europese regelgeving en doelstellingen van de Green Deal.

Nu de taxonomie meer definitief vorm krijgt en andere initiatieven ondernomen worden om de wetgeving beter op elkaar af te stemmen, wordt het in de toekomst steeds makkelijker om de duurzaamheid van bedrijven en (financiële) producten te beoordelen en te vergelijken.

Een beknopt overzicht van de belangrijkste taxonomieverordeningen en gerelateerde wetgeving is weergegeven in onderstaande tabel.

De NFRD/CSRD regelgeving is gerelateerd in die zin dat bedrijven zullen rapporteren over het aandeel van hun inkomsten en investeringen die afkomstig zijn van activiteiten in overeenstemming met de EU taxonomie, naast andere informatie over milieu, sociale aspecten en goed bestuur (Environmental Social Governance, ESG).

Financiële instellingen op hun beurt gebruiken deze informatie om investeringen te doen in activiteiten die in lijn zijn met de EU taxonomie. Deze worden dan gedefinieerd als duurzame investeringen (investeringen die bijdragen aan het milieu of sociale doelstellingen). De financiële instellingen kunnen op die manier ook communiceren over de duurzaamheid van de producten die ze aanbieden, zoals bv. "groene" beleggingsfondsen.

Onderstaande figuur geeft een principieel overzicht van de link tussen de verschillende wetgevende kaders voor grote bedrijven en financiële instellingen, en de wisselwerking die ontstaat door de onderlinge afstemming.

Hoe wordt bepaald wat duurzaam is en wat niet?

Binnen de taxonomie wordt duurzaamheid aan 6 aparte milieudoelstellingen afgetoetst op basis van technische screening criteria die in twee aparte aanvullende verordeningen worden behandeld (de zogenaamde gedelegeerde verordeningen of ‘delegated acts’).

De milieudoelstellingen zijn:

1.     Beperking van klimaatverandering

2.     Aanpassing aan klimaatverandering

3.     Het duurzame gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen

4.     De transitie naar een circulaire economie

5.     Preventie en bestrijding van vervuiling

6.     De bescherming en het herstel van biodiversiteit en ecosystemen

De eerste twee milieudoelstellingen zijn opgenomen in de "Climate Delegated Act" (van kracht sinds begin 2022). Een tweede "delegated act" voor de overige milieudoelstellingen zal in de loop van 2022 worden gepubliceerd. Er is ook nog een derde "delegated act" die de regels bepaalt rond de openbaarmaking van informatie over duurzame economische activiteiten: de "Disclosures Delegated Act" (eveneens van kracht sinds begin 2022). Samen met de basisverordening (EU 2020/852), vormen deze gedelegeerde verordeningen wat doorgaans benoemd wordt als de "EU taxonomie".

Het "geen ernstige afbreuk doen aan" principe

Met het "geen ernstige afbreuk doen aan" (do no significant harm, DNSH) principe wordt bedoeld dat activiteiten slechts duurzaam zijn als ze geen significante schade berokkenen aan de 6 milieudoelstellingen uit de taxonomie doorheen de levenscyclus van die activiteit.

In de basis is de aftoetsing van het 'DNSH'-beginsel als volgt:

  1. een activiteit wordt geacht ernstig afbreuk te doen aan de mitigatie van klimaatverandering (klimaatmitigatie) indien die activiteit leidt tot aanzienlijke broeikasgasemissies; 

  2. een activiteit wordt geacht ernstig afbreuk te doen aan de adaptatie aan klimaatverandering (klimaatadaptatie) indien die activiteit leidt tot een toegenomen ongunstig effect van het huidige klimaat en het verwachte toekomstige klimaat op de activiteit zelf of op de mens, de natuur of activa; 

  3. een activiteit wordt geacht ernstig afbreuk te doen aan het duurzaam gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen indien die activiteit schadelijk is voor de goede toestand of het goed ecologisch potentieel van waterlichamen, met inbegrip van oppervlaktewater en grondwater, of voor de goede milieutoestand van mariene wateren; 

  4. een activiteit wordt geacht ernstig afbreuk te doen aan de circulaire economie, met inbegrip van preventie en recycling van afval, indien die activiteit leidt tot aanzienlijke inefficiënties bij het gebruik van materialen of bij het directe of indirecte gebruik van natuurlijke hulpbronnen, of leidt tot een aanzienlijke toename van de productie, verbranding of verwijdering van afval, of indien de verwijdering van afval op lange termijn kan leiden tot aanzienlijke en langdurige schade aan het milieu; 

  5. een activiteit wordt geacht ernstig afbreuk te doen aan de preventie en bestrijding van verontreiniging indien die activiteit leidt tot een aanzienlijke toename van emissies van verontreinigende stoffen in lucht, water of bodem; 

  6. een activiteit wordt geacht ernstig afbreuk te doen aan de bescherming en het herstel van de biodiversiteit en ecosystemen indien die activiteit in aanzienlijke mate schadelijk is voor de goede staat en de veerkracht van ecosystemen, of schadelijk is voor de staat van instandhouding van habitats en soorten, met inbegrip van die welke van Uniebelang zijn. 

Daarnaast bepaalde Europese Commissie dat alle activiteiten die gefinancierd worden met EU middelen (via diverse steunprogramma's) ook aan deze toetsing moeten voldoen. Aanvragers van steun (lidstaten, overheden, bedrijven, etc.) moeten bij hun dossier een analyse toevoegen die nagaat of er significante milieuschade mogelijk is. Dus hoewel de taxonomie op zich geen dwingend karakter heeft, zullen projecten die volgens deze toetsing niet duurzaam zijn minder financieringsmogelijkheden hebben.