Het SBTi-traject: kosten, valkuilen en praktisch advies. “Ik heb al bedrijven afgeraden om SBTi te doen”.

Steeds meer bedrijven zetten Science-Based Targets (SBTi) in als basis voor hun klimaatstrategie. Wanneer is een SBTi-traject zinvol, wanneer niet, en wat kost het? Een gesprek met Johannes Spaas, SBTi-gecertificeerd expert bij Mantis.

March 3, 2026

5 minuten

Johannes Spaas

Johannes Spaas begeleidt bij Mantis Consulting bedrijven in hun klimaattransitie, van carbon footprint tot Science Based Targets. In september 2025 behaalde hij als een van de eerste experts in België het SBTi Certified Expert-certificaat. Dat certificaat bevestigt dat hij de volledige SBTi-methodologie beheerst: van emissie-inventaris en doelstellingen tot validatieproces.

In dit gesprek gaat het niet over de basis van SBTi. Wie dat nog wil opfrissen, leest eerst ons eerdere artikel. Hier gaat het over de praktijk: de afwegingen die ondernemingen moeten maken, de fouten die Johannes tegenkomt, en een gebalanceerd antwoord op de vraag: “is het iets voor ons bedrijf?”.

Waarom wilde je dit certificaat behalen?

“Er bestaat vandaag niet zoiets als een gecertificeerde carbon accountant. Als boekhouder heb je wél een diploma nodig, maar eigenlijk kan iedereen zeggen dat ze carbon accounting doen. Zeker sinds er carbon accounting software op de markt is: vroeger moest je de regels van het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol) echt snappen om in Excel een carbon footprint te berekenen. Nu kan iedereen met een softwarelicentie iets opzetten dat lijkt op een carbon footprint, zonder dat ze de regels echt doorgronden.”

“Die SBTi-certificering is een van de weinige manieren om aan te tonen dat iemand de methodologie daadwerkelijk beheerst. Het gaat verder dan carbon footprinting: je wordt getoetst op hoe je doelstellingen formuleert, hoe je een reductietraject opbouwt, en hoe je een validatieproces doorloopt. Het is geen allesomvattend keurmerk, maar het geeft wel een indicatie dat iemand weet waar die mee bezig is. Ik vond dat een no-brainer.”

“Concreet heeft het traject ook wel wat veranderd hoe ik naar een carbon footprint kijk. Bij SBTi is volledigheid cruciaal. Ze gaan niet je facturen uitkammen, maar ze gaan wel checken of je alle uitstootbronnen hebt meegenomen.”

Je hebt zeven assessments doorlopen. Wat heb je bijgeleerd dat je aanpak concreet veranderd heeft?

“Wat sterk aan bod kwam, was hoe je verschillende types doelstellingen kunt combineren tot een reductietraject op maat. Dat klinkt abstract, maar ik geef twee voorbeelden.”

“Denk aan een distributeur met leveranciers die veel groter zijn dan zij. Daar kan je weinig aan opleggen. Dus werk je met supplier engagement targets: je zet je in om die leveranciers gemotiveerd te houden om zelf aan emissiereductie te werken. Maar diezelfde distributeur heeft ook grote transportbewegingen. Hun belangrijkste transporteur had een eigen engagement van 30% reductie per tonkilometer tegen 2030. Dat past perfect in het SBTi-verhaal, maar het is een heel ander type doelstelling. Het punt is: binnen één traject combineer je die twee.”

“Ander voorbeeld: een productiebedrijf uit de voedingsindustrie waar melk de belangrijkste grondstof is. Dan sta je voor een fundamentele keuze: ofwel vervang je koeienmelk deels door plantaardige alternatieven, en dalen je emissies in absolute termen. Ofwel zeg je: wij geloven in melk als product, maar we sturen op de emissies per liter. Dan kijk je naar het type voeder, het type vee, hoe de stal ingericht is. SBTi biedt de flexibiliteit om die verschillende invalshoeken te combineren in één coherent reductietraject.”

“Concreet heeft het traject ook wel wat veranderd hoe ik naar een carbon footprint kijk. Bij SBTi is volledigheid cruciaal. Ze gaan niet je facturen uitkammen, maar ze gaan wel checken of je alle uitstootbronnen hebt meegenomen. Transport van fabriek naar distributiecentrum, van distributiecentrum naar winkel, gekoelde opslag, palletbewegingen: alles moet erin. Die focus op volledigheid neem ik nu mee in elk traject.”

Hoe verkoop je SBTi intern als het niet verplicht is?

“SBTi toont aan dat je klimaatdoelstellingen in lijn zijn met het Akkoord van Parijs. Het telt mee in frameworks als EcoVadis, de CO₂-Prestatieladder en CDP.”

“Maar de grootste meerwaarde zit misschien in het proces zelf. Het helpt je om je carbon footprint degelijk uit te voeren. Je gaat nadenken over welke leveranciers belangrijk zijn, waar je hefbomen zitten, hoe je verschillende doelstellingen combineert voor jouw specifieke context. Die oefening heeft op zichzelf al waarde, los van het certificaat.”

“En voor veel bedrijven is het simpelweg een voorwaarde om leverancier te blijven bij bepaalde retailers. De investering weegt niet op tegen het verlies van een belangrijk contract.”

Wanneer raad je een bedrijf af om met SBTi te starten?

“Ik heb al bedrijven afgeraden om het te doen, ja. Denk aan een kmo die snel groeit en via de vereenvoudigde kmo-route wil instappen. Via die route kun je enkel een absolute doelstelling plaatsen. Dat betekent dat je totale uitstoot naar beneden moet, ongeacht of je productie stijgt. Als je in een groeifase zit, moet je nog steeds absoluut 42% reduceren tegen 2030, maar qua intensiteit kan de vereiste reductie oplopen tot 80% of meer, afhankelijk van hoe hard je groeit. Dat is simpelweg niet haalbaar.”

“Nog een voorbeeld: een drukkerij die werkt met solventgebaseerde inkten. Die solventen worden afgezogen en verbrand, en daar komen CO₂-emissies bij vrij. Om te decarboniseren moet je je hele installatie vervangen door watergebaseerde systemen. Je energieverbruik gaat dan eerst omhoog, je hele productieproces verandert. Als je een doelstelling op 2030 moet plaatsen maar pas in 2040 van plan bent om die investering te doen, dan klopt de timing niet.”

“Bij grote ondernemingen zie je vaak een geleidelijk traject: het ene jaar vervang je dit, het volgende jaar dat. Bij kleinere bedrijven is het vaak alles of niets. Op een bepaald moment vervang je je aardgasverwarming door een warmtepomp met groene stroom en dan zak je in één klap van 100 naar 30. Maar SBTi is niet voorbereid op dat soort schokverlopen.”

En wanneer is het wél een logische stap?

“Als een klant het vraagt, is de afweging snel gemaakt. Voor veel bedrijven komt het neer op: een retailer als klant verliezen of 15.000 euro investeren in een validatie van je doelstellingen. Dan is die klant verliezen het grotere kwaad.”

“Maar ook zonder directe klantdruk is er een logisch moment. Als je al een degelijke carbon footprint hebt en wilt aantonen dat je reductiedoelstellingen wetenschappelijk onderbouwd zijn, is SBTi een van de weinige manieren om dat hard te maken. Het geeft geloofwaardigheid die verder gaat dan ‘we zijn ermee bezig’.”

“En voor bedrijven die al aan de slag zijn met EcoVadis, de CO₂-Prestatieladder of CDP: SBTi versterkt je positie in elk van die trajecten. Het is geen vervanger, maar het geeft extra gewicht aan je klimaataanpak.”

De kmo-route: eenvoudiger, maar niet voor iedereen

Kmo's kunnen bij SBTi een vereenvoudigde indiening doen, met doelstellingen op enkel scope 1 en 2, tegen een lagere indieningskost. Maar je moet aan een reeks criteria voldoen.

Alle onderstaande criteria moeten kloppen:

  • minder dan 10.000 ton CO₂e in scope 1 en location-based scope 2
  • niet actief in de financiële sector of olie & gas
  • niet verplicht om sectorspecifieke SDA-criteria te volgen
  • geen dochteronderneming van een groep die onder de corporate route valt

Daarbovenop moeten drie of meer van deze criteria kloppen:

  • minder dan 250 werknemers
  • minder dan 50 miljoen euro omzet
  • minder dan 25 miljoen euro balanstotaal

Belangrijk: bedrijven in verplichte FLAG-sectoren (zoals voeding) mogen de kmo-route wél gebruiken, mits ze aan alle andere criteria voldoen. Voor voedingsbedrijven die boven de omvangscriteria vallen, is de kmo-route geen optie. Zij moeten een volledige indiening doen, inclusief scope 3 en FLAG-emissies.

Wel belangrijk: ook in de kmo-route heb je een engagement om scope 3 te meten en te reduceren. Je kunt daar pragmatisch mee omgaan. Eerst je ingrediënten berekenen, daarna je verpakkingen, dan je transport. Stap voor stap. De volledige criteria staan in de SBTi SME FAQ V6.1 (juni 2025).

Wat kost een SBTi-traject?

“Ik deel het op in drie categorieën. Als kmo betaal je 1.250 tot 2.000 dollar validatiekosten aan SBTi. Daarbovenop komt de berekening van je carbon footprint, in de orde van 3.000 tot 5.000 euro. In totaal zit je dan op 5.000 tot 7.000 euro.”

“Ben je een grote onderneming zonder FLAG-emissies, dan wordt je footprintberekening complexer: reken op 8.000 tot 10.000 euro, afhankelijk van het aantal sites en de complexiteit van je waardeketen. De indieningskosten bij SBTi starten dan vanaf 13.000 dollar. Die prijs geldt voor bedrijven met minder dan 250 miljoen euro omzet. Bij een hogere omzet stijgt dat naar 16.000 of 21.000 dollar.”

“Zit je in de voedingssector, dan komt er een FLAG-add-on bij. Voor een bedrijf met minder dan 250 miljoen euro omzet betaal je dan 13.000 dollar voor de near-term validatie plus 9.000 dollar voor FLAG: 22.000 dollar in totaal. Bij een hogere omzet betalen bedrijven meer, want de prijzen stijgen met je omzet.”

“Een SBTi-traject kan aanvoelen als een zure kost, omdat je betaalt voor een validatie waarvan je de meerwaarde niet meteen merkt in je dagelijkse activiteiten. Maar het is een investering in markttoegang, en een eenmalige.”
Type bedrijf Footprint-berekening SBTi-indiening* Totaal (indicatief)
Kmo (< 250 fte) €3.000 – 5.000 $1.250 – $2.000 €5.000 – €7.000
Grote onderneming (zonder FLAG) €8.000 – 10.000 vanaf $13.000 vanaf €20.000
Voeding (met FLAG) €8.000 – 10.000 vanaf $22.000 vanaf €28.000

*SBTi factureert in dollar. Indicatieve omrekening aan koers $1 = €0,85 (februari 2026). Actuele tarieven: SBTi Target Validation Service Offerings V6.1.

Eenmalige kost, geen jaarlijkse

“Maar het is belangrijk om te nuanceren. De actualisatie van je scope 1, 2 en 3 het jaar erna kost misschien 5.000 euro. En die SBTi-indiening is een eenmalige kost die je uitspreidt over pakweg vijf jaar, tot je een herberekening moet doen.”

“Het kan aanvoelen als een zure kost, omdat je betaalt voor een validatie waarvan je de meerwaarde niet meteen merkt in je dagelijkse activiteiten. Maar het is een investering in markttoegang, en een eenmalige.”

Wat zijn veelvoorkomende fouten die bedrijven maken in een SBTi-traject?

“Het begint vaak al bij de afbakening. Stel: je hebt een aparte verkoopentiteit en een productie-entiteit. Als enkel die verkoopentiteit SBTi-targets heeft, maar de productie daar niet onder valt, dan dek je je grootste uitstootbronnen niet. Je moet goed nadenken welke entiteiten je meeneemt.”

Spend-based berekeningen

“Een andere veelgemaakte fout: te veel werken met spend-based berekeningen. Als je al je emissies berekent op basis van de euro’s die je uitgeeft, dan kan je daar achteraf heel moeilijk op reduceren. Want dan moet je minder uitgeven, en dat is in veel gevallen geen optie. Bij SBTi moet 67% van je scope 3-emissies gedekt zijn door doelstellingen. Ik raad altijd aan om te zorgen dat die 67% niet spend-based berekend is, zodat je effectief kunt sturen op reductie.”

“Of: indienen zonder decarbonisatieplan. SBTi vraagt je om aan te geven hoe je verwacht je doelstellingen te halen. Als je daar geen antwoord op hebt, zet je jezelf vast aan commitments die je niet kunt waarmaken.”

“Wat je ook wilt vermijden, is gaps in je berekening ontdekken tijdens het validatietraject. Een aanname aanpassen, een transportafstand van 50 naar 100 kilometer, dat is op één, twee, drie gebeurd. Maar als je een hele categorie niet berekend hebt, dan is dat een ander verhaal. Een check vooraf met iemand die de methodologie kent, is dan een goede investering.

Er verandert binnenkort veel aan de SBTi-standaard. Wachten of nu starten?

“De Net-Zero Standard wordt herzien, en dat verandert ook de regels voor near-term targets. Maar wie vandaag of in 2027 een indiening doet, valt nog onder de huidige regels. Targets die in 2025, 2026 of 2027 worden ingediend, blijven geldig tot het einde van hun looptijd.”

“Wat verandert er straks? Je zult aparte scope 1- en scope 2-targets moeten zetten, waar je vandaag één gezamenlijk target kunt plaatsen. Binnen scope 2 moet er zowel een location-based als een market-based target komen. Dat betekent dat een groen contract afsluiten niet meer volstaat: je moet ook werken aan eigen opwekking of energiebesparing. En binnen scope 3 moeten alle categorieën die meer dan 5% van je emissies vertegenwoordigen, gedekt zijn door targets.”

“Mijn advies: begin nu. Op basis van de ontwerptekst van versie 2.0 worden de eisen strenger. Als je nu start, profiteer je van het feit dat de huidige standaard net iets toegankelijker is. Bovendien: als een klant je vandaag vraagt om SBTi, gaat die niet toestaan dat je nog twee jaar wacht.”

“En los van wetgeving: SBTi wordt vandaag veel meer gedragen door de verwachtingen van stakeholders naar elkaar toe dan door regelgeving. Klanten, banken, investeerders: die druk verdwijnt niet met deregulatie. Stap één is altijd hetzelfde: je emissie-inventaris berekenen. Van daaruit kun je een weloverwogen beslissing nemen.”

Wil je weten of SBTi relevant is voor jouw bedrijf?

We checken samen of het haalbaar is voor jouw situatie.

Over de auteur
Johannes Spaas is carbon-expert bij Mantis Consulting en SBTi-gecertificeerd consultant. Hij begeleidt bedrijven in food, agri en productie bij het opstellen en valideren van hun klimaatdoelstellingen.