Het SBTi-traject: kosten, valkuilen en praktisch advies. “Ik heb al bedrijven afgeraden om SBTi te doen”.

Steeds meer bedrijven zetten Science-Based Targets (SBTi) in als basis voor hun klimaatstrategie. Wanneer is een SBTi-traject wel en niet zinvol, en wat kost het? Een gesprek met Johannes Spaas, gecertificeerde SBTi-expert bij Mantis.

May 7, 2026

5 minuten

Johannes Spaas

Johannes Spaas begeleidt bedrijven in hun klimaattransitie, van carbon footprint tot Science-Based Targets. In september 2025 behaalde hij als een van de eerste experten in België het SBTi Certified Expert-certificaat. Een bewijs dat hij de SBTi-methodologie grondig onder de knie heeft – van emissie-inventaris en doelstellingen tot validatieproces.

De basis van SBTi opfrissen doe je via dit artikel. Hier hebben we ’t over de praktijk: de afwegingen die ondernemingen moeten maken, de fouten die Johannes tegenkomt, en een eerlijk antwoord op de vraag of het iets voor jouw bedrijf is.

Waarom wilde je dit certificaat behalen?

Er bestaat niet zoiets als een gecertificeerde carbon accountant. Een ‘gewone’ boekhouder heeft wel een diploma nodig, maar iedereen kan zeggen dat die carbon accounting doet. Zeker sinds er carbon accounting-software op de markt is. Vroeger moest je de regels van het Greenhouse Gas Protocol echt snappen om een carbon footprint te berekenen in Excel. Nu kan iedereen met een softwarelicentie iets opzetten dat op een carbon footprint lijkt, zonder de regels te doorgronden.

Een SBTi-certificering is een van de weinige manieren om aan te tonen dat je de methodologie grondig beheerst. Het gaat ook verder dan carbon footprinting. Je wordt getoetst op hoe je doelstellingen formuleert, een reductietraject opbouwt, een validatieproces doorloopt. Het is geen allesomvattend keurmerk, maar het geeft wel aan dat je weet waarmee je bezig bent. Voor mij is dat een no-brainer.

Het traject heeft mijn kijk op een carbon footprint veranderd. Bij SBTi is volledigheid cruciaal. Ze gaan je facturen niet uitkammen, maar wel controleren of je alle uitstootbronnen hebt meegenomen.

Je hebt zeven assessments doorlopen. Hoe hebben die je aanpak veranderd?

Wat sterk aan bod kwam, was hoe je verschillende types doelstellingen kunt combineren tot een reductietraject op maat. Twee voorbeelden om het wat minder abstract te maken. Denk aan een distributeur met leveranciers die veel groter zijn dan hem. Daar kun je weinig aan opleggen. Dus werk je met supplier engagement targets. Je zet je in om leveranciers gemotiveerd te houden om zélf aan emissiereductie te werken. Diezelfde distributeur heeft ook grote transportbewegingen. Zijn belangrijkste transporteur had een eigen engagement van 30 procent reductie per tonkilometer tegen 2030. Dat past perfect in het SBTi-verhaal, maar is een totaal ander type doelstelling. Binnen één traject combineer je die twee.

Een ander voorbeeld van een productiebedrijf uit de voedingsindustrie met melk als belangrijkste grondstof. Die staat voor een fundamentele keuze: ofwel koemelk deels vervangen door plantaardige alternatieven, zodat emissies dalen in absolute termen. Ofwel sturen op de emissies per liter, bijvoorbeeld via het type voeder en vee of de inrichting van de stal. SBTi biedt de flexibiliteit om die invalshoeken te combineren in één coherent reductietraject.

Die focus op volledigheid neem ik nu mee in elk traject. Transport van fabriek naar distributiecentrum, van distributiecentrum naar winkel, gekoelde opslag, palletbewegingen ... alles moet erin.

Hoe krijg je SBTi intern verkocht als het niet verplicht is?

SBTi toont aan dat je klimaatdoelstellingen in lijn zijn met het Akkoord van Parijs. Het telt mee in frameworks zoals EcoVadis, de CO₂-Prestatieladder en CDP.

Maar de grootste meerwaarde zit wellicht in het proces zelf. Het helpt je om je carbon footprint degelijk uit te voeren. Welke leveranciers zijn belangrijk, waar zitten je hefbomen, hoe combineer je verschillende doelstellingen voor jouw specifieke context? Die oefening is op zichzelf al waardevol, los van het certificaat. En voor veel bedrijven is het simpelweg een voorwaarde om leverancier te blijven bij bepaalde retailers. De investering weegt niet op tegen het verlies van een belangrijk contract.

Wanneer raad je een bedrijf af om met SBTi te starten?

Ik heb al bedrijven afgeraden om het te doen. Denk aan een kmo die snel groeit en via de vereenvoudigde kmo-route wil instappen. Via die route kun je alleen een absolute doelstelling plaatsen. Dat betekent dat je totale uitstoot naar beneden moet, ongeacht of je productie stijgt. Als je in een groeifase zit, moet je nog altijd absoluut 42 procent verminderen tegen 2030. Maar qua intensiteit kan de vereiste reductie oplopen tot 80 procent of meer, naargelang hoe hard je groeit. Dat is simpelweg niet haalbaar.

Nog een voorbeeld: een drukkerij die werkt met solventgebaseerde inkten. Die solventen worden afgezogen en verbrand, met CO₂-uitstoot als gevolg. Om te decarboniseren moet je je hele installatie vervangen door watergebaseerde systemen. Je energieverbruik gaat dan eerst omhoog, je hele productieproces verandert. Als je een doelstelling op 2030 moet plaatsen, maar pas in 2040 van plan bent om die investering te doen, klopt de timing niet.

Bij grote ondernemingen zie je vaak een geleidelijk traject: het ene jaar vervang je dit, het volgende jaar dat. Bij kleinere bedrijven is het vaak alles of niks. Op een bepaald moment vervang je je aardgasverwarming door een warmtepomp op groene stroom en zak je in één klap van 100 naar 30. Maar SBTi is niet voorbereid op dat soort schokverlopen.

Wanneer is het net wel een logische stap?

Als een klant het vraagt, is de afweging snel gemaakt. Voor veel bedrijven komt het hierop neer: een retailer als klant verliezen of 15.000 euro investeren in een validatie van je doelstellingen. Dan is die klant verliezen het grotere kwaad.

Maar ook zonder directe druk vanuit de klant is er een logisch moment. Als je al een degelijke carbon footprint hebt en wilt aantonen dat je reductiedoelstellingen wetenschappelijk onderbouwd zijn, is SBTi een van de weinige manieren om dat hard te maken. Het is geloofwaardiger dan ‘we zijn ermee bezig’.

En voor bedrijven die al aan de slag zijn met EcoVadis, de CO₂-Prestatieladder of CDP: SBTi versterkt je positie in elk van die trajecten. Het is geen vervanger, maar geeft extra gewicht aan je klimaataanpak.

De kmo-route: eenvoudiger, maar niet voor iedereen

Kmo’s kunnen bij SBTi een vereenvoudigde indiening doen, met doelstellingen op enkel scope 1 en 2, tegen een lagere indieningskost.

Aan al deze voorwaarden moet je voldoen:

  • minder dan 10.000 ton CO₂e in scope 1 en location-based scope 2
  • niet actief in de financiële sector of olie & gas
  • niet verplicht om sectorspecifieke SDA-criteria te volgen
  • geen dochteronderneming van een groep die onder de corporate route valt

Daarbovenop moeten drie of meer van deze criteria kloppen:

  • Minder dan 250 werknemers
  • Minder dan 50 miljoen euro omzet
  • Minder dan 25 miljoen euro balanstotaal
  • Niet in een verplichte FLAG-sector zitten

Let wel: bedrijven in verplichte FLAG-sectoren (zoals voeding) mogen de kmo-route wél gebruiken als ze aan alle andere criteria voldoen. Voedingsbedrijven die boven de omvangscriteria vallen, moeten een volledige indiening doen, inclusief scope 3 en FLAG-emissies.

Ook in de kmo-route heb je een engagement om scope 3 te meten en reduceren. Dat kan pragmatisch en stapsgewijs: eerst je ingrediënten berekenen, dan je verpakkingen, dan je transport. De volledige criteria staan in de SBTi SME FAQ V6.1 (juni 2025).

Wat kost een SBTi-traject?

Ik deel het op in drie categorieën. Als kmo betaal je 1.250 tot 2.000 dollar validatiekosten aan SBTi, plus de berekening van je carbon footprint, ergens tussen de 3.000 en de 5.000 euro. In totaal kom je dan op 5.000 tot 7.000 euro.

Ben je een grote onderneming zonder FLAG-emissies? Dan wordt je footprintberekening moeilijker: reken op 8.000 tot 10.000 euro, afhankelijk van het aantal sites en de complexiteit van je waardeketen. De indieningskosten bij SBTi starten dan vanaf 13.000 dollar voor bedrijven met minder dan 250 miljoen euro omzet. Bij een hogere omzet stijgt dat naar 16.000 of 21.000 dollar.

Zit je in de voedingssector, dan komt er een FLAG-add-on bij. Een bedrijf met minder dan 250 miljoen euro omzet betaalt 13.000 dollar voor de near-term-validatie, plus 9.000 dollar voor FLAG. Dat komt op 22.000 dollar in totaal. Bij een hogere omzet lopen de prijzen verder op.

Een SBTi-traject kan aanvoelen als een zure kost, omdat je betaalt voor een validatie waarvan je de meerwaarde niet direct merkt in je dagelijkse activiteiten. Maar het is een investering in markttoegang, en een eenmalige. De actualisatie van je scope 1, 2 en 3 het jaar erna kost misschien 5.000 euro. En die SBTi-indiening spreidt zich uit over pakweg vijf jaar, tot je een herberekening moet doen.
Type bedrijf Footprint-berekening SBTi-indiening* Totaal (indicatief)
Kmo (< 250 fte) €3.000 – 5.000 $1.250 – $2.000 €5.000 – €7.000
Grote onderneming (zonder FLAG) €8.000 – 10.000 vanaf $13.000 vanaf €20.000
Voeding (met FLAG) €8.000 – 10.000 vanaf $22.000 vanaf €28.000

*SBTi factureert in dollar. Indicatieve omrekening aan koers $1 = €0,85 (februari 2026). Actuele tarieven: SBTi Target Validation Service Offerings V6.1.

Wat zijn veelvoorkomende fouten in een SBTi-traject?

Het begint vaak al bij de afbakening. Stel dat je een aparte verkoopentiteit en productie-entiteit hebt. Als alleen de verkoopentiteit SBTi-targets heeft en de productie daar niet onder valt, dek je je grootste uitstootbronnen niet. Je moet goed nadenken welke entiteiten je meeneemt.

Een andere veelgemaakte fout: te veel werken met spend-based-berekeningen. Als je al je emissies berekent op basis van de euro’s die je uitgeeft, kun je daar achteraf moeilijk op reduceren. Je moet immers minder uitgeven, en dat is in veel gevallen geen optie. Bij SBTi moet 67 procent van je scope 3-emissies gedekt zijn door doelstellingen. Ik raad altijd aan om te zorgen dat die 67 procent niet spend-based berekend is, zodat je effectief kunt sturen op reductie.

Nog een fout: indienen zonder decarbonisatieplan. SBTi vraagt je om aan te geven hoe je verwacht je doelstellingen te halen. Als je daar geen antwoord op hebt, zet je jezelf vast aan commitments die je niet kunt waarmaken.

Wat je ook wilt vermijden, zijn gaps in je berekening die je pas ontdekt tijdens het validatietraject. Een aanname aanpassen of een transportafstand corrigeren gaat snel. Maar als je een hele categorie niet berekend hebt, is dat een ander verhaal. Een check vooraf met iemand die de methodologie kent, is dan een goede investering.

Er verandert binnenkort veel aan de SBTi-standaard. Wachten of nu starten?

De Net-Zero Standard wordt herzien, en dat verandert ook de regels voor near-term targets. Maar wie vandaag of in 2027 indient, valt nog onder de huidige regels. Targets die in 2025, 2026 of 2027 worden ingediend, blijven geldig tot het einde van hun looptijd.

Wat verandert er straks? Je zult aparte scope 1- en scope 2-targets moeten zetten, terwijl je vandaag een gezamenlijk target kunt plaatsen. Binnen scope 2 moet er zowel een location-based als een market-based target komen. Een groen contract afsluiten volstaat dan niet meer. En binnen scope 3 moeten alle categorieën die meer dan 5 procent van je emissies vertegenwoordigen, gedekt zijn door targets.

Mijn advies? Begin er nu aan. Op basis van de ontwerptekst van versie 2.0 worden de eisen strenger. Als je nu start, profiteer je van de net iets toegankelijkere huidige standaard. Bovendien, als een klant je vandaag vraagt om SBTi, gaat die niet toestaan dat je nog twee jaar wacht.

En los van wetgeving: SBTi wordt vandaag veel meer gedragen door de verwachtingen van stakeholders naar elkaar toe dan door regelgeving. Klanten, banken, investeerders ... die druk verdwijnt niet met deregulatie. De eerste stap is altijd: je emissie-inventaris berekenen. Van daaruit kun je een weloverwogen beslissing nemen.

Wil je weten of SBTi relevant is voor jouw bedrijf?

We checken samen of het haalbaar is voor jouw situatie.

Over de auteur
Johannes Spaas is carbon-expert bij Mantis Consulting en SBTi-gecertificeerd consultant. Hij begeleidt bedrijven in food, agri en productie bij het opstellen en valideren van hun klimaatdoelstellingen.