Je klant vraagt om SBTi-targets. Wat nu?

Je klant vraagt om SBTi-targets en je weet niet waar te beginnen? Onze gecertificeerde SBTi-expert Johannes legt uit welke criteria gelden voor kmo’s, hoe het validatieproces werkt en wat je concreet moet voorbereiden.

January 23, 2026

5 minuten

Johannes Spaas

Je krijgt een e-mail van je grootste klant: “Tegen 2027 willen we alleen nog samenwerken met leveranciers met wetenschappelijk onderbouwde CO2-doelstellingen. Kunnen jullie aantonen dat jullie SBTi-targets hebben?” Of je leveranciersportaal bevat opeens vragen over je klimaatdoelen.

Grote retailers en voedingsproducenten hebben bijna allemaal Science Based Targets. Dat klinkt misschien als hun probleem, niet het jouwe. Maar grote retailers stellen steeds strengere eisen aan hun leveranciers. Colruyt Group heeft bijvoorbeeld een expliciet supplier engagement target: 67% van hun leveranciers moet SBTi-doelen zetten. Anderen vragen om inzicht in je klimaatstrategie of hanteren duurzaamheidscriteria bij aanbestedingen. Die druk zet zich door in de hele keten. En als kmo in food of agri krijg je er vroeg of laat mee te maken.

Twijfel je nog of SBTi iets voor jouw bedrijf is? Lees eerst waarom steeds meer kmo’s de stap zetten. Heb je al besloten om te starten? Dan lees je hier hoe je het aanpakt.

Goed nieuws: voor kmo’s gelden andere regels

Veel kmo’s zijn ervan overtuigd dat SBTi onhaalbaar complex is. Ze zien de rapporten van multinationals en haken mentaal af. Begrijpelijk, maar onterecht. Het SBTi heeft een apart traject ontwikkeld voor kleine en middelgrote ondernemingen, met aanzienlijk lagere drempels.

Concreet: je hoeft geen commitment-fase te doorlopen zoals bij grote bedrijven. Je bepaalt meteen je doelstellingen. Je hoeft geen verplichte scope 3-targets te zetten (al engageer je je wel om die emissies te meten en te reduceren). De kosten: 1.250 dollar voor kmo’s met een omzet lager dan 5 miljoen euro. Voor bedrijven met een omzet tussen 5 en 50 miljoen euro is dat 2.000 dollar. Het validatieproces duurt doorgaans rond de 60 werkdagen.

Maar laat je niet misleiden door die lagere drempels. Het kmo-traject is haalbaar, maar het is ook zeker geen checkbox-oefening. Je hebt een degelijke GHG-inventaris nodig. Je engageert je tot effectieve emissiereductie. En je rapporteert jaarlijks over je voortgang.

Kom je in aanmerking? De SBTi-criteria

Het SBTi hanteert strikte voorwaarden voor het kmo-traject.

Alle vier moeten kloppen: je scope 1 en 2 emissies (location-based) samen zijn minder dan 10.000 ton CO2, je bent geen dochteronderneming van een grotere groep, je zit niet in de olie- en gas- of financiële sector, en je hoeft geen sectorspecifieke criteria te gebruiken.

Plus minstens drie van deze vier: minder dan 250 werknemers, omzet onder €50 miljoen, balanstotaal onder €25 miljoen, en geen verplichte FLAG-sector.

Dat laatste punt verdient extra aandacht als je in de voedingssector zit.

FLAG: waar food- en agri-bedrijven op moeten letten

FLAG staat voor Forest, Land and Agriculture. Voor bedrijven in de voedingssector is dit relevant, want sommige activiteiten vallen onder strengere regels.

  • Je valt onder verplichte FLAG-criteria als meer dan 20% van je totale emissies (scope 1, 2 en 3 samen) FLAG-gerelateerd zijn. Of als je actief bent in specifieke sectoren én meer dan 5% FLAG-emissies hebt. Die sectoren zijn: bosbouw en papierproducten, landbouwproductie, dierlijke productie, voedingsverwerking, voedingsretail en tabak.
  • In de praktijk: FLAG is alleen relevant als je via het corporate-traject moet indienen. Want FLAG-targets gelden voor scope 3, en kmo’s hoeven geen scope 3-targets te zetten. Voldoe je aan de kmo-criteria? Dan is FLAG voor jou niet van toepassing. Voldoe je niet aan de kmo-criteria? Dan val je onder het corporate-traject en moet je bepalen of FLAG-vereisten gelden op basis van je scope 3-emissies.

De GHG-inventaris

Dit is waar het grootste werk zit. En nee, er zijn geen shortcuts.

Scope 1 omvat je directe uitstoot: aardgas, stookolie, diesel voor eigen voertuigen. Als je procesemissies hebt, horen die hier ook bij. Ook lekkage van koelmiddelen wordt hier meegenomen. Het SBTi vraagt om een uitsplitsing per subcategorie: stationaire verbranding, mobiele verbranding, procesemissies en vluchtige emissies.

Scope 2 is je aangekochte energie. Elektriciteit (location-based is verplicht, market-based mag daarnaast), en eventueel aangekochte warmte of koeling.

Scope 3 omvat je hele waardeketen. Je hoeft hier als kmo geen target op te zetten, maar je engageert je wel om te meten en te reduceren. Een volledige, gedetailleerde inventaris is geen vereiste bij indiening. Hier zit vaak het grootste deel van je voetafdruk: grondstoffen, transport, verpakking.

Praktische tip: begin met scope 1 en 2. Die data heb je grotendeels al via je energiefacturen en brandstofverbruik. Scope 3 is complexer, maar niet onmogelijk. En daar hoef je geen reductiedoel voor te formuleren. Nog geen Carbon Footprint? Dat is altijd de eerste stap.

Wat betreft documentatie: je inventaris moet voldoen aan het GHG Protocol. Je dekt alle relevante broeikasgassen (niet alleen CO2, ook methaan, lachgas en koelmiddelen zijn vaak relevant in food). Je hebt een duidelijke beschrijving nodig van je organisatiegrenzen en de bronnen van je emissiefactoren. Tot 5% van je scope 1 en 2 emissies mag je uitsluiten, mits gedocumenteerd en onderbouwd.

Je doelstelling bepalen: de rekenkunde

“Science-based” klinkt abstract. In cijfers is het concreet: minimaal 4,2% reductie per jaar, lineair, om in lijn te blijven met het 1,5°C-scenario. Voor kmo’s zijn alleen absolute doelstellingen toegestaan. Intensiteitsdoelstellingen (per eenheid product of per euro omzet) zijn geen optie. Basisjaren vanaf 2020 behandelt SBTi als 2020 om klimaatactie niet (nog) verder uit te stellen.

In de praktijk betekent dit:

Basisjaar Doeljaar 2030 Doeljaar 2032 Doeljaar 2035
2020 42,0% 50,4% 63,0%
2022 42,0% 50,4% 63,0%
2024 42,0% 50,4% 63,0%

Je target-formulering ziet er zo uit: “[Jouw bedrijf] verbindt zich ertoe om de absolute scope 1- en scope 2-emissies met X% te verminderen tegen [doeljaar], ten opzichte van basisjaar [basisjaar], en om de scope 3-emissies te meten en te reduceren.”

Basisjaar kiezen: meer flexibiliteit dan je denkt.

Het SBTi accepteert basisjaren vanaf 2015. Je mag een fiscaal jaar gebruiken als dat voor je boekhouding logischer is. Kies een jaar waarvan je betrouwbare data hebt, en dat representatief is voor je normale bedrijfsvoering. Een jaar met uitzonderlijk hoog of laag verbruik (door een grote order, verbouwing of corona) is geen goede basis. En je kiest zelf je doeljaar, zolang het tussen 5 en 10 jaar na je indieningsdatum ligt. 

Het SBTi-proces: van inventaris naar validatie

Het traject loopt in vijf stappen. Eerst maak je je GHG-inventaris op: scope 1 en scope 2. Dan bepaal je je reductiedoelstelling aan de hand van de ambitietabel hierboven. Vervolgens bereid je je documentatie voor en dien je in via het SBTi Validation Portal. De validatie door het SBTi duurt gemiddeld 60 werkdagen. Daarna volgt publicatie en communicatie.

Hoelang duurt het totale traject? 

De validatie zelf duurt 60 dagen, maar de voorbereiding hangt af van je startpositie. Heb je al een carbon footprint? Dan kun je vrij snel door. Start je vanaf nul, dan moet je eerst je GHG-inventaris opbouwen — reken op enkele maanden voorbereidingswerk, afhankelijk van je datakwaliteit en de complexiteit van je scope 3.

Elk jaar rapporteer je je emissies en je voortgang. Om de vijf jaar review je je target en hervalideer je indien nodig.

Wat als je bedrijf groeit? 

Stel dat je na validatie niet meer aan de kmo-criteria voldoet, bijvoorbeeld omdat je omzet boven de 50 miljoen uitkomt of als je meer dan 250 medewerkers hebt. Je bestaande targets blijven dan gewoon geldig. Pas bij de volgende hervalidatie (na vijf jaar) moet je eventueel overschakelen naar het corporate-traject. Groei is dus geen reden om te wachten.

Opgelet: Net-Zero Standard V2 komt eraan

In maart 2025 lanceerde het SBTi een draft voor versie 2.0 van de Corporate Net-Zero Standard. Bedrijven kunnen tot 31 december 2027 targets zetten onder de huidige standaard. Vanaf 1 januari 2028 wordt V2.0 verplicht voor nieuwe targets.

Wat betekent dit? 

Scope 1 en scope 2 moeten aparte doelstellingen hebben, waar ze nu nog gecombineerd mogen worden. Er komen strengere eisen op scope 3: de coverage wordt aangepast per bedrijf in plaats van de huidige standaard van 67%. En er komt meer nadruk op aantoonbare voortgang. Je kunt niet meer “set and forget”: aan het einde van elke targetcyclus (doorgaans vijf jaar) moet je je targets evalueren en updaten.

Wie nu begint, valt nog onder de huidige standaard. Maar bereid je alvast voor op strengere eisen door je scope 3 tracking op orde te krijgen.

Wil je een complete introductie tot SBTi en hoe je ermee aan de slag gaat? Reserveer nu jouw plek in onze webinar.

Aan de slag met SBTi: eerste stappen

Drie dingen die je vandaag kunt doen.

1) Kijk of je aan de voorwaarden voldoet met de criteria hierboven. Let vooral op FLAG als je in food of agri zit.

2) Verzamel je energiedata van de afgelopen jaren. Facturen, verbruiksoverzichten.

3) Maak een eerste inschatting van je scope 1 en 2. Vaak eenvoudiger dan je denkt.

Die vraag van je klanten gaat niet weg. Hoe eerder je begint, hoe meer tijd je hebt om je reductietraject realistisch in te vullen.

Vragen over jouw specifieke situatie?

Neem deel aan onze SBTi-webinar.

Over de auteur
Johannes Spaas is carbon-expert bij Mantis Consulting en SBTi-gecertificeerd consultant. Hij begeleidt bedrijven in food, agri en productie bij het opstellen en valideren van hun klimaatdoelstellingen.